Het Piekerhoofd: waarom je liever blijft zoeken dan beslist
Je verzamelt informatie. En nog wat meer informatie. Je vraagt een derde mening, leest nog een artikel, wacht tot je “helemaal zeker” bent voordat je een knoop doorhakt. Ondertussen ligt de beslissing die je eigenlijk allang had kunnen nemen, nog steeds op tafel: welke leverancier het wordt, of je die sollicitant aanneemt, of je verhuist naar dat andere huis. Je bent niet aan het niksen, je bent juist heel actief bezig. Alleen niet met kiezen.
Van buiten lijkt dat misschien alsof je het niet zo belangrijk vindt, of dat je traag van begrip bent. Het tegenovergestelde is waar. Je vindt het zó belangrijk om het goed te doen, dat elke keuze een risico wordt: wat als ik de verkeerde optie kies, en dat later moet toegeven? Dus in plaats van te kiezen, blijf je zoeken. Zoeken voelt veilig, want zolang je nog aan het onderzoeken bent, kun je nog niet fout zitten. Kiezen voelt onomkeerbaar, ook als dat feitelijk niet zo is.
Waarom dit gebeurt
Het probleem is dat er geen hoeveelheid informatie bestaat die twijfel volledig wegneemt. Je kunt eindeloos wachten op het moment dat je “genoeg weet” om met vertrouwen te kiezen, en dat moment komt bijna nooit vanzelf aanwaaien. Ergens moet je de sprong maken met de informatie die je hebt, ook al is die onvolledig. Voor een Piekerhoofd is dat een van de moeilijkste stappen die er is, want het vraagt om te leven met onzekerheid in plaats van die eerst helemaal weg te poetsen.
Er zit ook een sociale kant aan: een Piekerhoofd vraagt vaak de mening van anderen, niet alleen om informatie te verzamelen, maar ook om de verantwoordelijkheid voor de uitkomst een beetje te delen. Als het misgaat, is het dan niet volledig jouw schuld, want die ander vond het ook een goed idee.
De sterke kant, die je niet moet kwijtraken
Deze eigenschap is ook precies waarom Piekerhoofden vaak zulk gedegen werk afleveren. Informatie verzamelen, invalshoeken op een rijtje zetten, de mening van anderen serieus wegen: dat zijn waardevolle vaardigheden, zeker in een team waar iemand anders uiteindelijk de knoop durft door te hakken. Het wordt pas een probleem als het verzamelen nooit stopt.
Wat kun je morgen anders doen?
Zet voor je volgende beslissing vooraf een harde grens op je zoektocht: bijvoorbeeld twee bronnen, of een vast blok van dertig minuten, niet meer. Daarna kies je met wat je op dat moment hebt, ook al voelt dat onaf. Dat voelt ongemakkelijk, en dat is precies het punt: die ongemakkelijkheid is het gevoel van een besluit nemen, niet een teken dat je iets fout doet of te weinig hebt uitgezocht.
Een tweede handvat: merk je dat je steeds weer terugkomt bij dezelfde vraag zonder dat er nieuwe informatie bijkomt? Dan ben je niet meer aan het onderzoeken, dan ben je aan het uitstellen met een informatiejasje aan. Dat onderscheid alleen al, tussen “ik zoek nog iets nieuws uit” en “ik herhaal wat ik al weet”, helpt om jezelf op tijd te betrappen en de knoop alsnog door te hakken.
Wil je het net iets makkelijker maken? Spreek voor een lastige beslissing van tevoren een moment met iemand af waarop je je keuze deelt, ongeacht of je “helemaal zeker” bent. Die afspraak werkt als een soort deadline voor je twijfel.
Herken je jezelf hierin? Of jij dit type bent leer je in de zelftest Uitstellen die je gratis kunt doen.
Wil je echt iets doen aan je uitstelgedrag? Kijk dan eens naar mijn online training Stoppen met Uitstellen, waarmee je in hapklare brokken grip krijgt op je uitstelgedrag. Lees je liever (ook) wat meer over de materie, kijk dan naar mijn boek Uitstelgedrag de Baas Worden of naar Vandaag Begin Ik Echt.
Ga je graag gericht aan de slag in een 1-op-1 traject? Dan is mijn traject Met Meer Plezier Productief misschien een goede keuze. Meer daarover lees je hier.

Geef een reactie