Het Supermens: waarom uitstel je excuus is voor niet perfect zijn
Je legt de lat hoog. Voor jezelf, en eerlijk gezegd ook voor anderen. Een taak is voor jou pas klaar als hij helemaal klopt, en “helemaal klopt” is een doel dat in de praktijk zelden wordt bereikt. Dus stel je het afronden uit, doe je dingen nog een keer over, blijf je schaven aan iets dat allang goed genoeg was voor het doel waarvoor het bedoeld was.
Er zit een verborgen voordeel in dat uitstel, ook al voelt het niet zo terwijl je erin zit. Als je iets pas op het allerlaatste moment inlevert, heb je meteen een verklaring klaar voor als het niet perfect is: er was gewoon geen tijd meer om het nóg beter te maken. Dat is voor je gevoel van eigenwaarde veel makkelijker te verdragen dan de gedachte dat je wél alle tijd had, er alles aan hebt gedaan, en het resultaat toch niet perfect werd. Uitstel wordt zo, zonder dat je het doorhebt, een soort bescherming tegen het idee dat je zou kunnen falen, zelfs als je alles op alles had gezet.
Waarom dit gebeurt
De kern hiervan is dat je gevoel van eigenwaarde sterk gekoppeld is aan je prestaties. Niet “ik heb mijn best gedaan” is dan het meetpunt, maar “het resultaat is perfect”, en dat tweede is een lat die vrijwel niemand haalt. Faalangst speelt hierin een grotere rol dan luiheid of desinteresse, ook al lijkt uitstel van buitenaf misschien op onverschilligheid. Niets is minder waar: je bent juist heel erg begaan met hoe het eruitziet.
De sterke kant, die je niet moet kwijtraken
Supermensen gaan bijna altijd grondig te werk en hebben een scherp oog voor detail. Zeker bij taken waar veel informatie verwerkt moet worden, zoals bij een studie of een uitgebreid rapport, is dat een echt voordeel. Ook plannen gaat je vaak goed af, al zijn de doelen soms wat idealistisch: schema’s maken lukt je prima, en je komt in de uitvoering ervan ook een heel eind, tot het perfectionisme roet in het eten gooit.
Wat kun je morgen anders doen?
Kies voor je volgende taak vooraf bewust een “goed genoeg”-versie, en schrijf die concreet op voordat je begint. Bijvoorbeeld: dit rapport is klaar als het de drie hoofdpunten helder overbrengt en foutloos is, niet als elke zin gepolijst aanvoelt en elke alinea drie keer is herschreven. Zodra je bij dat punt bent, lever je in, ook als je vingers nog jeuken om verder te schaven. Het ongemak dat je daarbij voelt, is precies het signaal dat je het goed doet, niet een teken dat je iets hebt laten liggen.
Merk je dat je een taak voor de derde keer overdoet zonder dat de inhoud daadwerkelijk verandert? Dat is een signaal, geen teken van zorgvuldigheid. Op dat moment ben je niet aan het verbeteren, je bent aan het uitstellen van het moment van loslaten, verpakt als kwaliteitscontrole.
Een laatste gedachte: vraag jezelf eens af wat de daadwerkelijke consequentie zou zijn als dit stuk werk een acht is in plaats van een tien. Vaak valt die consequentie in de praktijk reuze mee, en dat besef alleen al kan helpen om de volgende keer sneller los te laten.
Herken je jezelf hierin? Of jij dit type bent leer je in de zelftest Uitstellen die je gratis kunt doen.
Wil je echt iets doen aan je uitstelgedrag? Kijk dan eens naar mijn online training Stoppen met Uitstellen, waarmee je in hapklare brokken grip krijgt op je uitstelgedrag. Lees je liever (ook) wat meer over de materie, kijk dan naar mijn boek Uitstelgedrag de Baas Worden of naar Vandaag Begin Ik Echt.
Ga je graag gericht aan de slag in een 1-op-1 traject? Dan is mijn traject Met Meer Plezier Productief misschien een goede keuze. Meer daarover lees je hier.

Geef een reactie